lange termijn · voor iedereen beter

Goede systemen

Wanneer is een systeem goed?

Als het je helpt doelen te ontdekken, te herzien en te halen — steeds een stukje beter. Daarvoor moet het drie dingen kunnen:

  • ·duidelijke doelen naar boven halen, en ze durven vervangen
  • ·ertussen prioriteren
  • ·belonen wat het doel dichterbij brengt, en niet wat daar alleen op lijkt

Op die laatste sneuvelen de meeste systemen. Ze gaan meten, en wat gemeten wordt, wordt het doel.

Waar die doelen vandaan komen: uit wat mensen belangrijk vinden. Alleen weten mensen dat vaak zelf niet, of het is ingekleurd door hun omgeving. Daarom zijn de waardevolste systemen die welke verder kijken dan de impuls van nu, maar zich wél laten corrigeren door wat er feitelijk ontbreekt — niet door wat het hardst geroepen wordt.

Dat betekent niet dat we het dan eens zijn. Een gedeeld en accuraat beeld van de werkelijkheid lost geen meningsverschil op, maar het haalt wel het grootste deel ervan weg: veel conflict gaat niet over wat we willen, maar over wat we denken dat waar is. Wat overblijft is een echt verschil in waarden — en ook dat wordt hanteerbaar zodra zichtbaar is wat een keuze oplevert, wat hij kost en wie de rekening krijgt.

waar het toe leidt

Netto een rijkere wereld: minder leed, meer plezier, meer zin. Niet omdat alles oplosbaar is, maar omdat vrijwel elk probleem dat je ervaart door een systeem wordt veroorzaakt, in stand gehouden, of had kunnen worden voorkomen.

Waarom dit nu mogelijk is

Dit is eigenlijk een soort ideologie van kloppende realiteitsbeelden. Wanneer een realiteitsbeeld niet klopt, is dat een soort zonde, of wordt het afgestraft. De ideologie is dat kloppende realiteitsbeelden ervoor zorgen dat iemand sneller zijn doelen kan itereren. Ze vormen een soort normen en waarden, waardoor je niet een vaste norm opgooit die toch weer verandert, maar juist een dynamische die mee beweegt.

Dit is nu mogelijk omdat er ontevredenheid is over bestaande systemen: over politiek, over economie, en over maatschappelijke systemen zoals kapitalisme of communisme. Er is een enorm financieel en economisch verschil tussen landen en continenten, en ook binnen landen en continenten.

Deze ontevredenheid is nu dermate aan het oplopen dat er ruimte is voor een nieuw systeem, voor een nieuwe manier van leven. Dit betreft hoe mensen beslissingen maken, hoe systemen van mensen zijn ingericht, en hoe mensen werken.

Die verandering komt nooit van binnen het systeem; hij komt altijd van buiten. Anders is het een hele kleine tweak of verandering, omdat mensen afhankelijk zijn van het systeem. Grote veranderingen komen altijd van iemand die van buiten komt en zegt: “Hé, ik heb een idee.” Dit idee moet zo goed kloppen dat mensen denken: “Ja, hé, dat is het proberen waard,” want misschien is het toch helemaal niet zo slecht.

We zien gewoon de dysfunctionele stukken van systemen — denk aan klimaatverandering bijvoorbeeld, of de ongelijkheid waar ik het net over had. Iemand die van buiten iets doet, daar zijn verschillende voorbeelden van:

  • ·Steve Jobs
  • ·Elon Musk
  • ·Netflix
  • ·Disney
  • ·Airbnb
  • ·Wikipedia
  • ·Spotify
  • ·Satoshi Nakamoto (bitcoin)

Ja, ik ben in principe de persoon die uit een andere wereld komt, die verbindingen en overeenkomsten ziet en zegt: “Hé, hier durf ik wel wat mee.”

Wat er gebouwd moet worden

Concrete dingen die goede systemen dichterbij brengen. Sommige ben ik aan het maken, allemaal kunnen ze hulp gebruiken.

korte termijn · voor een kleine groep beter

Slechte systemen

Een systeem is zelden slecht ontworpen. Meestal is het een systeem dat ooit werkte en nu niet meer — of dat prima werkt, alleen voor iemand anders dan degene die de rekening betaalt.

Ze gaan op vier manieren mis:

  • Geen doel waar mensen echt om geven. Dan steekt niemand moeite in wat pas over jaren loont, en wordt alles kortetermijn en egoïstisch.
  • Geen prioritering. Tijd, geld en mensen gaan naar wat het hardst roept in plaats van naar wat het meest oplevert.
  • De beloning wijst de verkeerde kant op. Wat beloond wordt wijkt af van wat het systeem zou moeten bereiken. Mensen doen dan precies wat je vraagt — en dát is het probleem.
  • Niemand kan het veranderen. Wie de gevolgen voelt heeft geen invloed; wie invloed heeft voelt de gevolgen niet.

Van dichtbij herken je het aan: tijdelijke oplossingen op onderbuik en aannames, dezelfde fouten die blijven terugkomen, de verkeerde mensen op de verkeerde dingen, ergernis die niemand kan verklaren.

Van veraf herken je het aan hetzelfde, groter: leed, oorlog, eenzaamheid, verspilde levens.

Dezelfde mechaniek. Alleen de schaal verschilt.

Problemen

probleem 01 · nog pril

Scholen

School is een van de sterkste systemen die we hebben: vrijwel iedereen gaat erdoorheen, in de jaren waarin het het meest beklijft, en het bepaalt mede wat mensen daarna kunnen en durven.

Het is ook een systeem dat nog altijd doet waarvoor het is gebouwd — standaardisatie, gehoorzaamheid, voorspelbare uitkomst, een klok die zegt wanneer je begint en stopt. Het faalt niet. Het slaagt uitstekend in iets wat we niet meer nodig hebben.

Dat het traag verandert is niet alleen een gebrek. Je kunt geen generatie kinderen gebruiken om iets uit te proberen; traagheid beschermt ze ook tegen elke hype die langskomt. De vraag is dus niet hoe school sneller wordt, maar:

  • ·welke traagheid beschermt, en welke is gewoon verstopping?
  • ·wie voelt de gevolgen van verouderd onderwijs, en wie beslist erover? Zelden dezelfde mensen.
  • ·waar wordt een school op afgerekend — en is dat wat we ervan willen?