Een systeem dat tekst, situaties en sociale systemen omzet in één sterk beeld.
De oude politieke spotprenten uit kranten van rond 1900 konden een heel machtsverhoudingssysteem in één plaat vertellen: een drukpers met de platen gelabeld, een mens ertussen, en je snapt het in twee seconden. Dat vermogen zijn we kwijtgeraakt. We schrijven paragrafen waar een tekening had gekund.
Oogopslag is een poging dat terug te halen als gereedschap: een vaste beeldgrammatica waarmee je een situatie in een herkenbare vorm giet. Niet elke keer een nieuw plaatje, maar steeds dezelfde handvol vormen, zodat een lezer die één keer geleerd heeft ze daarna overal herkent.
Niet ter illustratie, maar omdat een goed beeld sneller uit te leggen is dan een alinea en beter blijft hangen. Uiteindelijk een losse API die andere projecten kunnen aanroepen. Matcher is het eerste project dat een vorm uit deze grammatica gebruikt — het beest.

Druk van boven, iemand ertussen, alles gelabeld — voor situaties waarin krachten van buiten op iemand drukken.

Iets dat je tegenhoudt, met een anker dat niet benoemd is — voor situaties waarin iemand wil bewegen en niet kan.

Een lichaam waarvan elk deel de toestand van één ding toont — voor een samengestelde staat in één blik. Dit is wat in Matcher gebruikt wordt.
Een goed beeld legt in twee seconden uit waar een alinea drie keer voor gelezen moet worden, en het blijft hangen waar tekst verdampt. Dat is geen versiering maar een denkgereedschap dat we grotendeels zijn kwijtgeraakt.
Oogopslag is geen plaatjesgenerator maar een vaste beeldgrammatica: een kleine set vormen — de pers, de ketting, het beest, de weegschaal, de rivier met dammen — waarin een situatie gegoten wordt. Herhaling van dezelfde vormen is wat het leerbaar maakt. Uiteindelijk een API die andere projecten aanroepen.
Een beeld dat verkeerd vereenvoudigt overtuigt sterker dan een verkeerde zin. Precies de kracht is het risico — die oude spotprenten waren óók propaganda, en werkten juist daarom zo goed.
Vrij genereren levert plaatjes op die er goed uitzien maar onderling niets betekenen. Zonder vaste grammatica is elk beeld eenmalig en leert de lezer nooit een vorm herkennen.
De API is het makkelijke deel. Het werk zit in het bedenken van de grammatica: welke tien vormen dekken de meeste situaties, en hoe bepaal je welke vorm bij welke situatie hoort.
Een vorm die overal op past, past nergens echt. Als de pers ook voor blijdschap gebruikt wordt, betekent hij niets meer.
Kan iemand die het beeld één keer gezien heeft het een dag later navertellen, zonder het beeld erbij? Dat is de enige toets die telt; mooi vinden zegt niets.