Om 4 uur ’s nachts nog tussen steden rijden — in een feesttrein. Een partybus, maar dan op rails: binnen lekker donker met disco, zodat je óók gewoon naar buiten kunt kijken terwijl de wereld voorbij raast.

Na het stappen is er niks: de laatste trein is weg, de nachtbus is treurig. Waarom zou de reis zelf niet het feest zijn? Een trein waar de club gewoon doorgaat — discobal, dansvloer, dikke plaat — en die je ondertussen naar de volgende stad (of naar huis) brengt. Binnen is het donker genoeg dat het raam het mooiste scherm van de nacht wordt.